HELMOND - De rechtbank Oost-Brabant keurt een geurvoorschrift met een strengere norm voor de geuruitstoot van een mestverwerkingsbedrijf in Helmond goed. Omwonenden en de wijkvereniging van de wijk Brouwhuis klagen al jaren over stankoverlast. De rechtbank vernietigt wel enkele andere voorschriften en vult die aan met een aantal nieuwe voorschriften over de geuruitstoot.

In december 2014 kreeg het mestbedrijf een vergunning voor de productie van mestkorrels met een capaciteit van 60.000 ton per jaar. Aan deze omgevingsvergunning was ook een bepaalde geuruitstoot verbonden. In 2018 legde de provincie Noord-Brabant maatwerkvoorschriften op.

In 2019 liet de rechtbank deze maatwerkvoorschriften gedeeltelijk in stand. Over deze uitspraak loopt een hoger beroep van het bedrijf bij de Raad van State. In juni 2020 legde de provincie weer nieuwe maatwerkvoorschriften op met een strengere geurnorm in afwijking van het provinciale beleid. Omwonenden, de wijkraad en het bedrijf zelf stapten daarom naar de rechtbank.

Oordeel
De rechtbank oordeelt dat de provincie – anders dan het bedrijf stelt – niet opnieuw hoefde te onderbouwen wat het aanvaardbaar geurhinderniveau is. Er blijft sprake van overschrijdingen van de norm die in 2014 is vastgelegd en de omgeving blijft daar hinder van ondervinden. De provincie is daarom bevoegd om maatwerkvoorschriften te stellen.

Volgens de rechtbank is de provincie bij het opstellen van die voorschriften niet de fout ingegaan. De provincie mocht in dit geval afwijken van haar beleid en een strengere geurnorm kunnen opleggen. De rechtbank zet een streep door een aantal andere voorschriften, onder andere een voorschrift dat het bedrijf verplichtte om op korte termijn een hogere schoorsteen te bouwen. Enkele andere voorschriften heeft de rechtbank zelf aangepast. Zo heeft de rechtbank eisen gesteld aan de kwaliteit van de geurfilter die het bedrijf toepast en het droge stof gehalte van de kippenmest die in het bedrijf wordt verwerkt.