DEURNE - Provincie Noord‑Brabant en de gemeente Deurne hebben gezamenlijk gekozen voor een nieuwe, gefaseerde invulling van het glastuinbouwgebied Deurne. Met deze aanpak wordt op korte termijn bijgedragen aan urgente ruimtelijke en maatschappelijke opgaven, terwijl tegelijkertijd flexibiliteit behouden blijft voor toekomstige ontwikkelingen in het gebied.
Het glastuinbouwgebied ten oosten van de kern Deurne beslaat circa 170 hectare en is in het verleden aangekocht om glastuinbouwontwikkeling mogelijk te maken. Door veranderde omstandigheden op het gebied van stikstof, energie‑infrastructuur en waterhuishouding is deze ontwikkeling tot nu toe niet gerealiseerd. Deze ontwikkelingen maakten het noodzakelijk om de toekomst van het gebied opnieuw en in samenhang te bezien.
Verdiepend onderzoek
Provincie en gemeente hebben daarom samen een verdiepend onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke inzet en invulling van het gebied. Deze verkenning bouwt voort op een eerdere scenariostudie uit 2024 en heeft verschillende ontwikkelrichtingen onderzocht. De mogelijke varianten zijn beoordeeld op hun bijdrage aan beleidsdoelen, juridische en financiële haalbaarheid en hun praktische en maatschappelijke kansrijkheid. Daarbij is gebruikgemaakt van expertise binnen provincie, gemeente en waterschap Aa en Maas, en zijn ook andere betrokken partijen geraadpleegd.
Uit het onderzoek blijkt dat een volledige ontwikkeling van het gebied als glastuinbouw onder de huidige omstandigheden niet haalbaar is. Het rapport adviseert daarom te kiezen voor een gefaseerde en adaptieve aanpak, waarbij het gebied stap voor stap wordt ingezet en ruimte blijft om in te spelen op toekomstige ontwikkelingen en veranderende randvoorwaarden.
Wethouder Marjan Vrijnsen-De Corte: ”We hebben zorgvuldig onderzocht wat nog mogelijk is in het gebied,” aldus wethouder Marjan Vrijnsen‑de Corte. “De conclusie is helder: de oorspronkelijke plannen voor glastuinbouw zijn niet langer realistisch. Tegelijkertijd biedt dit kansen om het gebied toekomstbestendig en breder in te zetten.”
Ruilgronden
Op basis van deze aanbevelingen hebben provincie en gemeente besloten om in een eerste fase ongeveer 80 hectare van het gebied te benutten als ruilgrond voor beleidsopgaven in de omgeving, zoals natuur, water en verstedelijking. Het resterende deel blijft voorlopig agrarisch in gebruik via pacht en wordt aangehouden voor mogelijk opvolgend gebruik in de toekomst. Nadere keuzes over die vervolgstap worden op een later moment gemaakt en zijn afhankelijk van ontwikkelingen op onder meer het gebied van stikstof, energievoorziening en netcapaciteit.
Marc Oudenhoven, gedeputeerde van de provincie Noord‑Brabant, 77licht toe:
“We kiezen bewust voor een aanpak die nú resultaat mogelijk maakt en tegelijkertijd ruimte laat voor de toekomst. Door gefaseerd te werken houden we grip op risico’s en kunnen we flexibel inspelen op veranderende omstandigheden.”
Nieuwe ontwikkelrichting: duurzame en circulaire economie
De gemeente Deurne heeft in haar omgevingsvisie een eerste richting aangegeven voor de lange termijn (richting 2050). Voor het glastuinbouwgebied wordt ingezet op een combinatie van nieuwe functies die aansluiten bij de economische en duurzame ambities van de gemeente:
- grootschalige duurzame energieopwekking
- een goed bereikbaar circulair bedrijventerrein
- de ontwikkeling van een biobased industriecluster
Deze functies moeten bijdragen aan een toekomstbestendige economie, verduurzaming en een efficiënter gebruik van ruimte. Tegelijk wordt nadrukkelijk gekeken naar de balans met leefbaarheid en de kwaliteit van het landschap.
De komende periode worden deze richtingen verder uitgewerkt en onderzocht op haalbaarheid, ruimtelijke inpassing en uitvoerbaarheid. Dit gebeurt in samenhang met de verdere uitwerking van de omgevingsvisie van Deurne.
Nadere uitwerking
Provincie Noord‑Brabant en de gemeente Deurne blijven intensief samenwerken bij de verdere uitwerking van de eerste fase. In de komende periode werken zij, in afstemming met waterschap Aa en Maas, aan een ontwikkelstrategie en een inrichtings‑ en verkavelingsplan. Daarnaast vindt periodiek bestuurlijk overleg plaats om de voortgang te volgen en tijdig in te spelen op nieuwe beleidsmatige en maatschappelijke ontwikkelingen.

18.7 ℃






































